Een pensioen is het uitgestelde inkomen waarvoor tijdens de werkzame periode wordt gespaard of voor wordt verzekerd. Met andere woorden, er wordt geld gespaard voor later.
Het meest bekende pensioen is het ouderdomspensioen, dit krijgt men als er gestopt wordt mer werken. Daarnaast zijn er ook nog verschillende pensioenen die geld uitkeren aan nabestaanden bij het (plotseling) overlijden van een werknemer of gepensioneerde, of als een werknemer arbeidsongeschikt wordt.
Een pensioen heeft een werknemer over het algemeen niet zomaar voor het uitkiezen. Zijn afgedragen pensioengeld wordt vaak ondergebracht bij een bedrijfspensioenfonds (voor bedrijfstakpensioenfonds, bijvoorbeeld Metaal), ondernemingspensioenfondsen (voor ondernemingen, bijvoorbeeld Philips of Shell) en pensioenen die worden afgesloten bij levensverzekeraars. Dit laatste soort pensioen komt veel voor bij kleine ondernemingen, die zich niet kunnen aansluiten bij een bedrijfspensioenfonds. De Pensioen en Spaarfondsen Wet (de PSW) beschermt de aanspraak op een pensioen van werknemers. Daarnaast zijn er nog Pensioen Eigen beheer (voor groot aandeelhouders) en de fiscale oudedagsreserve (voor ondernemers).
Er wordt met pensioenen gewerkt aan de hand van een algemeen erkend niveau van 70 procent van het laatst verdiende inkomen van de werknemer. Bij een arbeidsperiode van bijvoorbeeld 40 jaar, betekent dit dat er jaarlijks 1,75 procent dient te worden opgebouwd aan pensioen. In deze 70 procent zit ook de AOW uitkering. Deze premie wordt betaald via de inkomstenbelasting. Over dit gedeelte wordt daarom ook geen pensioenpremie berekend. Een werknemer dient zich zelf goed op de hoogte te stellen en te houden van zijn pensioen. Een pensioen is het uitgestelde inkomen waarvoor tijdens de werkzame periode wordt gespaard of voor wordt verzekerd. Met andere woorden, er wordt geld gespaard voor later.
Het meest bekende pensioen is het ouderdomspensioen, dit krijgt men als er gestopt wordt mer werken. Daarnaast zijn er ook nog verschillende pensioenen die geld uitkeren aan nabestaanden bij het (plotseling) overlijden van een werknemer of gepensioneerde, of als een werknemer arbeidsongeschikt wordt.
Een pensioen heeft een werknemer over het algemeen niet zomaar voor het uitkiezen. Zijn afgedragen pensioengeld wordt vaak ondergebracht bij een bedrijfspensioenfonds (voor bedrijfstakpensioenfonds, bijvoorbeeld Metaal), ondernemingspensioenfondsen (voor ondernemingen, bijvoorbeeld Philips of Shell) en pensioenen die worden afgesloten bij levensverzekeraars. Dit laatste soort pensioen komt veel voor bij kleine ondernemingen, die zich niet kunnen aansluiten bij een bedrijfspensioenfonds. De Pensioen en Spaarfondsen Wet (de PSW) beschermt de aanspraak op een pensioen van werknemers. Daarnaast zijn er nog Pensioen Eigen beheer (voor groot aandeelhouders) en de fiscale oudedagsreserve (voor ondernemers).
Er wordt met pensioenen gewerkt aan de hand van een algemeen erkend niveau van 70 procent van het laatst verdiende inkomen van de werknemer. Bij een arbeidsperiode van bijvoorbeeld 40 jaar, betekent dit dat er jaarlijks 1,75 procent dient te worden opgebouwd aan pensioen. In deze 70 procent zit ook de AOW uitkering. Deze premie wordt betaald via de inkomstenbelasting. Over dit gedeelte wordt daarom ook geen pensioenpremie berekend. Een werknemer dient zich zelf goed op de hoogte te stellen en te houden van zijn pensioen.